De Cyberbeveiligingswet verplicht ieder bestuurslid afzonderlijk tot kennis van cyberbeveiligingsrisico’s, en schrijft voor dat hij een certificaat bezit waaruit deelname aan een training blijkt. Dat certificaat is dus niet optioneel.
Het is ook niet het eindpunt, en dat is het deel dat in samenvattingen vrijwel altijd ontbreekt.
Waar het woord “aantoonbaar” op neerkomt
Dit is het interessante deel, en het is toevallig ons eigen vakgebied: het verschil tussen iets doen en kunnen laten zien dat je het deed.
Een certificaat uit jaar één toont over vier jaar nog steeds aan dat u toen een training volgde. Het toont niet aan dat u bijhield. Lid 4 vraagt om dat tweede, en het legt niet vast hoe u dat aantoont — er staat geen frequentie in de wet.
Wat er wél is: lid 6 laat toe dat bij algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld over de duur en het niveau van de training. Tot die er zijn, is de invulling aan u, en dan is de veilige lezing dat u het bijhouden zelf documenteert — een korte aantekening per jaar over wat er is gevolgd en wat er is besproken, in de bestuursstukken waar het thuishoort.
Waar dit vandaan komt
Alle vier de leden zijn woordelijk geciteerd uit artikel 24 van de Cyberbeveiligingswet op wetten.overheid.nl, versie geldend vanaf 15 augustus 2026, geraadpleegd op 16 augustus 2026. Dat er geen frequentie voor het actueel houden in de wet staat, is een vaststelling uit de tekst zelf. De aanbeveling om het bijhouden zelf te documenteren is onze lezing en geen voorschrift. Stand van zaken op 16 augustus 2026.