Vrijwel alles wat over een Nederlandse bestuurder wordt verhandeld, komt uit een register dat om een andere reden bestaat. Het Handelsregister bestaat zodat het handelsverkeer weet met wie het zaken doet. Het Kadaster bestaat voor rechtszekerheid over eigendom. Het insolventieregister bestaat voor schuldeisers.
Geen van die registers bestaat om een profiel te voeden. Dat een gegeven daar rechtmatig openbaar is, zegt dus niets over de rechtmatigheid van de kopie die een derde ervan verkoopt.
Waarom een bron geen grondslag is
Dit is het punt waarop de discussie meestal spaak loopt, en het is eenvoudiger dan het lijkt.
Een register is openbaar voor een doel. Het Handelsregister is openbaar zodat u kunt nagaan wie tekent voor een bedrijf waarmee u een contract sluit. Wie diezelfde gegevens kopieert, verrijkt met een woonadres uit een andere bron, en het resultaat verkoopt als marketingbestand, gebruikt ze voor een ander doel dan waarvoor zij openbaar zijn.
Dat andere doel heeft een eigen grondslag nodig. “Het stond openbaar” is die grondslag niet, en er is geen bepaling in de verordening die dat wel maakt.
De Kamer van Koophandel zegt dat trouwens zelf ook: bij hergebruik van haar gegevensset is het niet toegestaan die zo te verrijken dat zij herleidbaar wordt tot een individuele persoon, en voor hergebruik van persoonsgegevens is een afzonderlijk verzoek nodig.
Waar dit vandaan komt
Het doel van elk register komt uit de eigen omschrijving ervan. Dat het woonadres van een functionaris in het Handelsregister is afgeschermd en het bezoekadres niet, is beleid van de Kamer van Koophandel, net als de voorwaarde dat hergebruik van haar gegevensset niet herleidbaar verrijkt mag worden. Dat het UBO-register niet meer algemeen openbaar is, volgt uit een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Dat telecom- en energiebedrijven klantgegevens verkochten aan een kredietinformatiebureau, staat in de bekendmaking van de Autoriteit Persoonsgegevens over de boete aan Experian. Stand van zaken op 16 augustus 2026.