Eén bedrijf voert vaak meerdere merken. Het verkoopt onder de ene naam advertentieprofielen, onder de andere doelgroepsegmenten, en onder een derde een platform waar beide in zitten. Voor de AVG is dat één verwerkingsverantwoordelijke.
Een verzoek dat maar één van die namen noemt, krijgt daarom een antwoord dat klopt en toch niets oplost.
Waarom het één verantwoordelijke is
De verordening knoopt de verplichting aan degene die het doel en de middelen van de verwerking bepaalt. Dat is een rechtspersoon, geen merknaam. Een handelsnaam is een etiket op de buitenkant; hij verandert niets aan wie de beslissingen neemt.
Praktisch betekent dat: als één privacydesk, één verwerkingsverantwoordelijke en één privacyverklaring vier producten bedienen, geldt uw bezwaar voor alle vier — mits u ze noemt.
Waarom dit vaker voorkomt dan u denkt
In advertentietechnologie is dit eerder regel dan uitzondering. Bedrijven groeien daar door overnames, en een overgenomen merk blijft bestaan omdat de klanten eraan gewend zijn terwijl de gegevensverwerking allang is samengevoegd.
Het gevolg is dat één privacydesk correspondentie voert voor producten die naar buiten toe los van elkaar staan. Dat is geen opzet en het is ook niet verboden. Het betekent alleen dat de reikwijdte van uw verzoek uw verantwoordelijkheid is en niet die van de ontvanger.
Waar dit vandaan komt
Dat de verplichting rust op degene die doel en middelen bepaalt — de verwerkingsverantwoordelijke — volgt uit verordening (EU) 2016/679. Dat wij de reikwijdte en de onvolledigheidsclausule in de brief opnemen, is een eigen ontwerpbesluit en na te lezen in onze broncode, waar de alternatieve namen per partij in het register staan. Er worden hier bewust geen bedrijfsnamen genoemd: het mechanisme is het onderwerp. Stand van zaken op 16 augustus 2026.