De Cyberbeveiligingswet kent twee soorten entiteiten: essentiële en belangrijke. Het verschil zit niet in de zorgplicht — die is voor allebei dezelfde — maar in hoe er toezicht op wordt gehouden en wat een overtreding kost.
Dat onderscheid wordt vaak uitgelegd als “groot en klein”. Zo werkt het niet.
Wat het verschil uitmaakt
De zorgplicht van artikel 21 Cyberbeveiligingswet en de bestuursplichten van artikel 24 gelden voor beide categorieën, woordelijk hetzelfde. Wat verschilt, zijn de gevolgen.
| Overtreding | Essentiële entiteit · art. 80 lid 3 | Belangrijke entiteit · art. 87 lid 3 |
|---|---|---|
| Artikel 21, 21a en 25 tot en met 30 | € 10.000.000 of 2% van de totale wereldwijde jaaromzet, indien dat hoger is | € 7.000.000 of 1,4% van diezelfde omzet, indien dat hoger is |
| Andere overtreding | € 1.000.000 | € 1.000.000 |
Twee dingen die het bedrag groter maken dan het oogt. Het percentage rekent over de omzet van de onderneming waartoe de entiteit behoort, niet over die van de entiteit alleen. En het is telkens het hoogste van de twee.
Eén ding dat de andere kant op werkt: de werking van het boetebesluit wordt opgeschort tot het onherroepelijk is.
Waar dit vandaan komt
De drie routes naar een categorie komen uit artikel 8, 9 en 12 van de Cyberbeveiligingswet; de boetebedragen uit artikel 80 lid 3 en artikel 87 lid 3. Geraadpleegd op wetten.overheid.nl, versie geldend vanaf 15 augustus 2026, op 16 augustus 2026. De verwijzing naar middelgrote ondernemingen loopt via Aanbeveling 2003/361/EG, zoals de wet die aanhaalt. Stand van zaken op 16 augustus 2026.