De Cyberbeveiligingswet kent geen centrale toezichthouder. Artikel 15 wijst per sector een minister aan als bevoegde autoriteit, en artikel 68 legt het feitelijke toezicht bij ambtenaren die door die autoriteit worden aangewezen.
Wie u aanspreekt, hangt dus af van de sector waarin u valt — en dat is een andere vraag dan wie er bij u langskomt.
Bevoegde autoriteit en toezichthouder zijn niet hetzelfde
Dit onderscheid wordt in samenvattingen vrijwel altijd weggelaten, en het verklaart waarom lijstjes van toezichthoudende diensten niet met de wettekst overeenkomen.
De bevoegde autoriteit is de minister. Die draagt de bevoegdheden: aanwijzen, handhaven, beboeten.
De toezichthouders zijn de ambtenaren die de bevoegde autoriteit bij besluit aanwijst. In de praktijk zijn dat de bestaande sectorale diensten, want daar zit de kennis en daar liggen de bestaande toezichtsrelaties. Maar dat is een uitvoeringskeuze van de minister en geen aanwijzing in de wet.
Praktisch gevolg: zoekt u in de wet naar de naam van de dienst die bij u langskomt, dan vindt u die niet. Zoekt u naar wie er uiteindelijk over gaat, dan staat dat er wel.
Waar dit vandaan komt
De tabel is de weergave van artikel 15 van de Cyberbeveiligingswet, inclusief het tweede lid over domeinnaamregistratiediensten, het derde lid over instellingen voor hoger onderwijs en het vierde lid over de sector onderzoek. Dat het toezicht wordt uitgeoefend door bij besluit aangewezen ambtenaren, staat in artikel 68. Geraadpleegd op wetten.overheid.nl, versie geldend vanaf 15 augustus 2026, op 16 augustus 2026. Welke diensten die ambtenaren leveren, staat niet in de wet en is hier daarom niet ingevuld. Stand van zaken op 16 augustus 2026.