Het Handelsregister is openbaar. Het UBO-register — waarin staat wie uiteindelijk belang heeft in een rechtspersoon — was dat ook, tot het Hof van Justitie van de Europese Unie op 22 november 2022 oordeelde dat die algemene openbaarheid ongeldig is.
Diezelfde dag vroeg de minister van Financiën de Kamer van Koophandel de verstrekkingen uit dat register te staken. Twee registers over grotendeels dezelfde mensen, met sindsdien een tegengesteld regime.
De asymmetrie, en waarom die logisch is
Het Handelsregister bleef openbaar en dat is geen inconsistentie. De twee registers dienen verschillende doelen en bevatten verschillende gegevens.
Het Handelsregister maakt kenbaar wie namens een onderneming handelt. Dat is informatie die een tegenpartij nodig heeft om te weten met wie zij een contract sluit, en zij gaat over een rol.
Het UBO-register maakt kenbaar wie er economisch achter zit. Dat gaat over eigendomsverhoudingen en vermogen, en dus over de persoon en niet over de rol.
De uitkomst is dat over dezelfde bestuurder het ene gegeven publiek is en het andere niet, en dat het verschil zit in wat het gegeven over hem zegt.
Waar dit vandaan komt
Het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie dateert van 22 november 2022; de bepaling over toegang voor ieder lid van de bevolking werd ongeldig verklaard omdat de inmenging niet beperkt bleef tot het strikt noodzakelijke en niet evenredig was aan het doel. Dat de minister van Financiën de Kamer van Koophandel diezelfde dag vroeg de verstrekkingen te staken, staat in de Kamerbrief van 22 november 2022. Over de huidige stand van een regeling voor partijen met een legitiem belang doen wij hier geen uitspraak. Stand van zaken op 16 augustus 2026.