Bij veel partijen is niet vast te stellen op welke grondslag zij uw gegevens verwerken. De privacyverklaring noemt er drie tegelijk, of noemt er geen. Dan is er geen manier om vooraf te kiezen tussen bezwaar en wissing, want beide hangen aan een grondslag die u niet kent.
In dat geval begint u met de vraag zelf. Niet uit voorzichtigheid, maar omdat het antwoord bepalend is voor alles daarna — en omdat de partij verplicht is het te geven.
Als het antwoord “toestemming” is
Dat is de gunstigste uitkomst, en zij wordt vaak verkeerd behandeld.
Toestemming kan te allen tijde worden ingetrokken. Zodra dat gebeurt, valt de grondslag weg — en zonder grondslag is er geen rechtmatige verwerking meer. De wissing volgt daar dan uit als consequentie, niet als gunst waar nog over te onderhandelen valt.
Praktisch betekent dat: intrekken en de consequentie in dezelfde brief benoemen. Doet u alleen het eerste, dan stopt de partij de verwerking voor de toekomst en laat zij staan wat er al ligt.
De vervolgvraag is dan waar die toestemming vandaan komt. Bij een partij waarmee u nooit een relatie heeft gehad, is dat zelden een gesprek dat u zich herinnert — en de bewijslast dat er geldige toestemming ís, ligt bij de partij.
Waar dit vandaan komt
De onderdelen die een inzageverzoek afdwingt — doel, ontvangers en herkomst — komen uit de officiële Nederlandse tekst van verordening (EU) 2016/679, net als het recht om toestemming te allen tijde in te trekken en de regel dat wissing volgt wanneer de grondslag wegvalt. Dat de bewijslast voor geldige toestemming bij de verwerkingsverantwoordelijke ligt, volgt uit dezelfde verordening. De antwoordtermijn van één maand staat in artikel 12 lid 3. Stand van zaken op 16 augustus 2026.